Architect Jos Schijvens kreeg in de jaren ’50 de opdracht een klooster met kerk en school te bouwen. Over zijn ontwerp zei hij zelf:
“Ik had de opdracht een klooster met kerk en school te bouwen en in die opdracht is een bouwwerk dién te beklemtonen de sfeer van de Orde. Zo is de klassieke kloostervorm ontstaan zoals men die in het zuiden, in Italië, nog kan vinden: de ponthof. Daarnaast zijn er torenachtige elementen in de vorm van traptorens en de vieringtoren…”
Het uiteindelijke complex werd een indrukwekkend bouwwerk met een lengte van 176 meter. Voor de bouw werd 12.000 m³ grond verzet, 3000 m³ beton gestort en maar liefst 4.000.000 bakstenen gemetseld. De riolering kreeg een lengte van 2000 meter, er kwamen 800 ramen en deuren, 8000 m² vloerbedekking en de schilders gebruikten 26.000 kilo verf.
Zo ontstond het klooster in de monumentale vorm die tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven.